ECLI:NL:CRVB:2009:BI7437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde oppaswerkzaamheden
Appellante ontving bijstand en verrichtte gedurende twaalf uur per week oppaswerkzaamheden zonder dit aan het College te melden. De Raad stelt vast dat deze werkzaamheden productieve arbeid zijn met economische waarde, ondanks dat appellante geen vergoeding ontving.
Het College herzag daarom de bijstand over de periode 1 januari 2002 tot 13 oktober 2004 en vorderde ten onrechte betaalde bedragen terug. Tevens werd de bijstand met 20% verlaagd als sanctie wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De Raad oordeelt dat de verlaging een punitieve sanctie is en dat het zwaardere sanctieregime van de WWB niet onverkort toegepast mag worden vanwege het EVRM en IVBPR. Daarom wordt het lichtere sanctieregime van de Algemene bijstandswet (Abw) als uitgangspunt genomen, wat leidt tot een lagere verlaging van €187.
De Raad vernietigt het besluit tot verlaging van 17 januari 2006 en het besluit van 2 augustus 2005 voor zover het de verlaging betreft, en legt een aangepaste verlaging op. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De bijstand wordt herzien en teruggevorderd wegens niet gemelde oppaswerkzaamheden, met een aangepaste verlaging van €187 opgelegd als sanctie.