ECLI:NL:CRVB:2009:BI7439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding
Appellant, geboren in 1950, was als produktiemedewerker werkzaam en stopte na een arbeidsongeval in 1991 met werken. Na diverse procedures en aanvragen voor ziekengeld en WAO-uitkering, weigerde het UWV in 2004 een WAO-uitkering toe te kennen vanwege onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het tijdsverloop en ontbreken van medische stukken voor risico van appellant komen. In hoger beroep stelt de Centrale Raad van Beroep vast dat appellant en zijn echtgenote vanaf 1993 regelmatig aandacht vroegen voor de uitkeringssituatie en medische verklaringen overlegden.
De Raad oordeelt dat de beschikbare medische gegevens niet ontoereikend zijn om een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling te steunen en dat het UWV het besluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid, waardoor het besluit niet in stand kan blijven. De Raad vernietigt het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat het UWV een nieuwe beslissing moet nemen. De vordering tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het beroep tegen de weigering van de WAO-uitkering wordt gegrond verklaard.