ECLI:NL:CRVB:2009:BI7444

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-7138 WAZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep wegens te laat indienen bezwaarschrift in sociale zekerheidszaak

Appellante had een bezwaarschrift ingediend tegen een besluit van het UWV, maar dit was te laat ingediend. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep daarom ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat fouten van haar advocaat haar niet konden worden toegerekend.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbank de aangevoerde gronden afdoende had besproken en gemotiveerd waarom deze niet slaagden. Fouten van de ingeschakelde advocaat worden toegerekend aan de rechtzoekende, waardoor appellante hier geen voordeel uit kan halen.

De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er waren geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Brand op 9 juni 2009.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd wegens te laat indienen van het bezwaarschrift.

Uitspraak

08/7138 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 november 2008, 08/1552 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 9 juni 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 april 2009. Appellante is verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door W.L.J. Weltevrede.
II. OVERWEGINGEN
1. De rechtbank heeft op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen het beroep van appellante gericht tegen het besluit van 2 april 2008 – waarbij het Uwv het bezwaar van appellante gericht tegen zijn besluit van 8 januari 2008 niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het te laat indienen van het bezwaarschrift – ongegrond verklaard.
2. Appellante heeft in hoger beroep in essentie herhaald hetgeen zij reeds in beroep naar voren heeft gebracht.
3.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de in hoger beroep herhaalde gronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat hetgeen appellante heeft gesteld omtrent de naar haar mening door de door haar ingeschakelde advocaat gemaakte fouten haar niet kan baten. Daargelaten of het door appellante gestelde juist is, worden (beoordelings)fouten van degene die is ingeschakeld om de belangen van een rechtzoekende te behartigen toegerekend aan de rechtzoekende. Terecht heeft de rechtbank gewezen op de jurisprudentie van de Raad op dit punt, zoals deze blijkt uit onder andere zijn uitspraak van 24 april 2007, LJN BA4297.
3.2. Het hoger beroep treft mitsdien geen doel. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.
3.3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2009.
(get.) J. Brand.
(get.) M.A. van Amerongen.
KR