ECLI:NL:CRVB:2009:BI7949
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum vergoeding vertragingsrente over huurbijdragen bij vervolgde
Appellant, gelijkgesteld met een vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, ontving een huurbijdrage vanwege psychische klachten. Na aanvankelijke afwijzing en latere herziening van deze bijdrage ontstonden nabetalingen over verschillende periodes.
Appellant verzocht om vergoeding van vertragingsrente over deze nabetalingen, maar verweerster kende deze slechts deels toe. De Raad onderzocht de juiste ingangsdatum voor de berekening van de wettelijke rente, waarbij het geschil zich richtte op de periode van 1 januari 1999 tot 1 september 1999 en de periode van 1 september 1999 tot 1 november 2002.
De Raad oordeelde dat voor de eerste periode de rente pas vanaf het besluit van 30 september 2002 verschuldigd is, maar voor de tweede periode vanaf 29 september 2000, zijnde 13 weken na het onterecht afwijzende besluit van 29 juni 2000. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend en werd verweerster veroordeeld tot betaling van griffierecht.
De beroepen van appellant werden gegrond verklaard voor zover zij betrekking hadden op de rente over de tweede periode, met vernietiging van de eerdere besluiten en vaststelling van de recht op rente vanaf 29 september 2000.
Uitkomst: Appellant heeft recht op wettelijke rente vanaf 29 september 2000 over te late huurbijdragebetalingen en verweerster wordt veroordeeld in proceskosten.