ECLI:NL:CRVB:2009:BI8024
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek uitkering vervolgingsslachtoffer kind uit gemengd huwelijk
Appellant, geboren uit een gemengd huwelijk met een Joodse moeder, vroeg in 2004 een uitkering aan als vervolgingsslachtoffer. Deze aanvraag werd in 2005 afgewezen omdat hij niet behoorde tot een groep die door de Duitse bezetter specifiek werd vervolgd. De Raad verklaarde het daaropvolgende beroep in 2006 ongegrond.
In 2007 verzocht appellant om herziening van het besluit, onder verwijzing naar nieuwe feiten zoals familieomstandigheden en een recent verschenen proefschrift dat een ruimhartiger beleid voor kinderen uit gemengde huwelijken zou rechtvaardigen. Verweerster handhaafde de afwijzing in 2008.
De Raad oordeelt dat het verzoek om herziening geen nieuwe feiten bevat die aanleiding geven het eerdere besluit te herzien. Het beleid van verweerster sluit aan bij de feiten en het proefschrift brengt geen wezenlijk ander beeld. Appellant was ingeschreven op zijn woonadres, kon zich vrij bewegen en ging tot sluiting in 1944 naar school.
De Raad concludeert dat het beleid niet onredelijk is en dat er geen grond is om af te wijken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen reden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard.