ECLI:NL:CRVB:2009:BI8067
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen afwijzing erkenning burger-oorlogsslachtoffer
Appellant, geboren in 1942 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in oktober 2006 erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees deze aanvraag in mei 2007 af omdat niet was vastgesteld dat appellant door oorlogsgeweld was getroffen. Na bezwaar handhaafde de Raad deze afwijzing, hoewel zij erkende dat appellant beschietingen had meegemaakt tijdens de Bersiap-periode, maar oordeelde dat dit niet had geleid tot blijvende invaliditeit.
In beroep stelde appellant dat niet alle medische informatie, met name van zijn huisarts, was betrokken bij de beoordeling en overhandigde een medisch rapport van de Commissie Algemene Oorlogsongevallen-regeling (CAOR). De Raad overwoog dat het bestreden besluit gebaseerd was op een medisch advies waarin werd vastgesteld dat appellant lichte psychische klachten had die verband hielden met oorlogsgeweld, maar dat deze niet tot blijvende invaliditeit leidden. Lichamelijke klachten werden niet aan oorlogsgeweld toegeschreven.
Hoewel de huisartsinformatie mogelijk niet was meegenomen in het oorspronkelijke besluit, werd dit verzuim door een aanvullend medisch advies hersteld. Het CAOR-rapport kon niet overtuigen dat de psychische klachten tot meer beperkingen leidden dan reeds was vastgesteld. De Raad concludeerde dat het besluit zorgvuldig was genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees de Raad een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt gehandhaafd.