ECLI:NL:CRVB:2009:BI8068
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning burger-oorlogs-slachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Appellant, geboren in 1944 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in november 2006 erkenning als burger-oorlogs-slachtoffer met een periodieke uitkering op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn oorlogservaringen. Verweerster wees de aanvraag af omdat de aanwezige lichamelijke en psychische klachten niet aan het oorlogsgeweld konden worden toegeschreven, maar uit andere oorzaken voortvloeiden.
Appellant voerde in beroep aan dat hij niet gezond is en recht heeft op een uitkering, en bracht het verblijf van familieleden in kampen tijdens de Japanse bezetting naar voren. De Raad oordeelde dat het verblijf niet als een onder de Wet vallende gebeurtenis geldt en dat het enige erkende oorlogsgeweld het getuige zijn van mishandeling van zijn vader betreft.
Medische adviezen van geneeskundig adviseurs stelden dat de psychische klachten reactief zijn aan hartklachten en dat deze niet aan het oorlogsgeweld kunnen worden toegeschreven. Ook andere klachten zoals rug- en oorklachten vertonen geen oorzakelijk verband met het oorlogsgeweld. De Raad achtte het besluit van verweerster deugdelijk gemotiveerd en verwierp het beroep. De individuele medische beoordeling laat geen vergelijking met lotgenoten toe.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 juni 2009.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de klachten niet aan het oorlogsgeweld kunnen worden toegeschreven en geen blijvende invaliditeit is vastgesteld.