ECLI:NL:CRVB:2009:BI8259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid tot arbeid ondanks psychische en lichamelijke klachten
Appellant, werkzaam als schoonmaker in WSW-verband, viel in september 2003 uit en kreeg per 9 september 2004 geen WAO-uitkering omdat hij geschikt werd geacht zijn werk te verrichten. Na pogingen tot werkhervatting en ziekmelding werd per 11 september 2006 het ziekengeld stopgezet, wat de rechtbank bevestigde in november 2007.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn psychische beperkingen werden onderschat omdat geen informatie was ingewonnen bij zijn psychiater en er geen onafhankelijk psychiatrisch onderzoek was verricht. Tevens verwees hij naar medische rapporten die zijn lichamelijke klachten zouden onderbouwen.
De Raad oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende informatie had over de psychische klachten en dat nader informeren niet onzorgvuldig was. De ingebrachte medische stukken betroffen niet de relevante datum en konden niet de strekking krijgen die appellant wenste. De Raad bevestigde daarom het besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van ziekengeld wordt bevestigd.