ECLI:NL:CRVB:2009:BI8261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens niet volledig beëindigen zelfstandige werkzaamheden
Appellant heeft een WW-uitkering aangevraagd na ontslag als directeur van zijn BV, maar deze is geweigerd omdat hij zijn werkzaamheden als zelfstandige niet volledig heeft beëindigd. Hoewel appellant meent dat hij door omstandigheden genoodzaakt was acquisitiewerkzaamheden te blijven verrichten, oordeelt de Raad dat dit niet tot toekenning van de uitkering leidt.
De rechtbank Zutphen heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De Raad stelt dat het werknemerschap kan worden herkregen en de WW-uitkering kan herleven indien de zelfstandige werkzaamheden geheel en definitief zijn beëindigd. Dit was hier niet het geval.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt het bestreden besluit van het Uwv. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 juni 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering omdat appellant zijn zelfstandige werkzaamheden niet volledig heeft beëindigd.