ECLI:NL:CRVB:2009:BI8284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor geduide functies
Betrokkene werd in 2000 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en kreeg geen WAO-uitkering omdat zij geschikt werd geacht voor bepaalde functies. In 2005 meldde zij zich opnieuw ziek vanuit een WW-uitkering. Het UWV besloot in 2007 dat zij geen recht meer had op een Ziektewetuitkering omdat zij geschikt werd geacht voor minimaal één van de eerder geduide functies.
De rechtbank Arnhem vernietigde dit besluit omdat het UWV onvoldoende had vastgesteld of de functies nog actueel en geschikt waren op het moment van beoordeling. Betrokkene was het niet eens met deze uitspraak en verwees naar medische gegevens die volgens haar onvoldoende waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende gemotiveerd had dat betrokkene geschikt was voor het gestructureerde werk in de geduide functies. Tevens oordeelde de Raad dat er geen eis is dat moet worden aangetoond dat de functies nog bestaan ten tijde van de Ziektewetbeoordeling. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het besluit van het UWV om de Ziektewetuitkering te beëindigen wordt ongegrond verklaard.