ECLI:NL:CRVB:2009:BI8287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in socialezekerheidszaak
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV over zijn aanspraak op ziekengeld en stelde beroep in tegen het uitblijven van een besluit op bezwaar. De rechtbank stelde het beroep deels gegrond en bepaalde dat het UWV binnen vier weken alsnog moest beslissen. Het UWV herzag het recht op ziekengeld over een beperkte periode en vorderde terugbetaling.
Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde dit ongegrond en oordeelde dat de redelijke termijn niet was overschreden, omdat de procedure minder dan twee jaar duurde. Appellant vorderde vervolgens schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde het hoger beroep en stelde vast dat de redelijke termijn begint te lopen vanaf het bezwaarschrift. Gelet op jurisprudentie mag de bezwaar- en beroepsfase gezamenlijk niet langer dan twee jaar duren. Omdat de procedure minder dan twee jaar duurde, werd het verzoek om vergoeding van immateriële schade terecht afgewezen.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd een nieuw besluit van het UWV betrokken waarin het eerdere besluit werd ingetrokken en de terugvordering van ziekengeld verviel.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.