ECLI:NL:CRVB:2009:BI8318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WAO-uitkering wegens onvoldoende maatmanwijziging
Appellant, voormalig docent wis- en natuurkunde, kreeg een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Na onderzoek bleek dat appellant inkomsten had uit diverse onderwijsfuncties die niet waren gemeld in het kader van de WAO, waardoor de uitkering per 1 maart 2005 werd geschorst en later ingetrokken. Tevens werd onverschuldigd betaalde uitkering teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat zijn maatman gewijzigd moest worden vanwege het behalen van een rechtenstudie en dat het UWV bekend was met zijn inkomsten via de WW-afdeling. De Raad oordeelde dat een maatmanwijziging niet aan de orde was omdat appellant niet in een juridische functie werkte en geen redelijke verwachting bestond dat hij een hoger inkomen uit die functie zou hebben. Daarnaast was appellant niet correct geweest in het melden van zijn inkomsten aan het UWV.
De Raad bevestigde dat het UWV op grond van artikel 44 WAO Pro terecht de uitkering niet heeft uitbetaald en dat terugvordering op grond van artikel 57 WAO Pro gerechtvaardigd is. Het beroep op mensenrechtenartikelen werd verworpen omdat deze niet rechtstreeks aanspraken scheppen. Ook werd geen schadevergoeding toegekend omdat niet aan de voorwaarden was voldaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de WAO-uitkering van appellant.