ECLI:NL:CRVB:2009:BI8395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden en niet verschijnen appellant
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch waarin ontheffing van arbeidsverplichtingen werd verleend. Het College nodigde appellant uit om zijn bezwaren mondeling toe te lichten, maar appellant verscheen niet bij twee uitnodigingen. Hierdoor kon het College het bezwaar op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaren vanwege het ontbreken van de gronden van het bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het College terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat appellant niet heeft voldaan aan de vereiste dat het bezwaarschrift de gronden van het bezwaar bevat en hij niet heeft gereageerd op de uitnodigingen om deze toe te lichten.
De Raad oordeelde dat het College redelijk van haar bevoegdheid gebruik heeft gemaakt en dat appellant niet in geslaagd is het verzuim te herstellen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet verschijnen bij uitnodigingen.