ECLI:NL:CRVB:2009:BI8411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling fysieke en psychische beperkingen
Appellante, voormalig kraamverzorgster, kreeg haar WAO-uitkering herzien door het Uwv per 26 maart 2006, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld tussen 25 en 35%. Na bezwaar en medische herbeoordeling, onder meer door een onafhankelijke deskundige, werd dit percentage verhoogd naar 45 tot 55%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het Uwv de fysieke beperkingen van appellante niet heeft onderschat en dat de psychische beperkingen zoals weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 3 januari 2006 haar belastbaarheid niet overschatten. De Raad hecht grote waarde aan het oordeel van de onafhankelijke deskundige die door de rechtbank is ingeschakeld en volgt de vaste rechtspraak dat dit oordeel in beginsel leidend is.
Appellante stelde dat zij meer beperkt was dan het Uwv aannam, mede op basis van rapporten van haar neuroloog. Deze rapporten en reacties daarop werden door de Raad meegewogen, maar boden onvoldoende aanleiding om af te wijken van het deskundigenoordeel. Ook de arbeidskundige rapportages ondersteunen dat de geduide functies binnen haar belastbaarheid liggen.
Het besluit tot verhoging van de uitkering in het kader van de 45-plusregeling kon niet in deze procedure worden betrokken omdat dit besluit niet samenhangt met de datum in geding. De Raad ziet geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 4 augustus 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het beroep van appellante ongegrond.