ECLI:NL:CRVB:2009:BI9031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Ongewijzigde voortzetting WAO-uitkering ondanks vertraagd verzekeringsgeneeskundig onderzoek
De werknemer, werkzaam als magazijnmedewerker/heftruckchauffeur, viel uit wegens een hartinfarct en kreeg een WAO-uitkering toegekend. Het UWV besloot de uitkering ongewijzigd voort te zetten, waartegen zowel werknemer als werkgever bezwaar maakten. De rechtbank verklaarde het beroep van werkgever gegrond en vernietigde de bestreden besluiten, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep stelde de werkgever dat het UWV onzorgvuldig was door 22 maanden te wachten met een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en dat de psychische gesteldheid van de werknemer niet was onderzocht. De Raad stelde ambtshalve vast dat de rechtbank ’s-Hertogenbosch onbevoegd was en verklaarde deze onbevoegdheid gedekt, waardoor de uitspraak als bevoegdelijk gedaan werd aangemerkt.
Verder oordeelde de Raad dat de werknemer ten onrechte als derde belanghebbende was toegelaten, omdat hij geen beroep had ingesteld en hem redelijkerwijs verweten kan worden dit niet te hebben gedaan. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV te lang wachtte met het onderzoek, maar dat de medische gegevens geen aanwijzingen boden voor toegenomen arbeidsongeschiktheid. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd voor zover aangevochten.
Uitkomst: De ongewijzigde voortzetting van de WAO-uitkering wordt bevestigd, de toelating van de werknemer als derde belanghebbende wordt vernietigd.