ECLI:NL:CRVB:2009:BI9090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV om terug te komen op het besluit van 11 juni 2002 waarbij haar WAO-uitkering werd ingetrokken. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die tot een ander besluit zouden kunnen leiden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en de uitspraak werd niet aangevochten, waardoor deze in rechte vaststaat.
In hoger beroep stelde appellante dat haar medische situatie onjuist was beoordeeld omdat in 2005 een mitralisstenose was vastgesteld, die toen nog niet bekend was. Het UWV verwees naar medische rapportages waaruit bleek dat deze aandoening, zelfs indien bekend in 2002, geen aanleiding zou geven tot een andere beoordeling van haar beperkingen.
De Raad oordeelde dat het verzoek om terug te komen op het eerdere besluit alleen kan slagen indien er nieuwe feiten of omstandigheden zijn. De medische informatie uit 2005 werd niet als zodanig beschouwd. De Raad bevestigde dat het UWV bevoegd en redelijk heeft gehandeld en dat het verzoek terecht is afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot terugkomen op de intrekking van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.