ECLI:NL:CRVB:2009:BI9124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit terugbetalingsverplichting studiefinanciering na bezwaar
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van de IB-Groep van 13 juli 2007, waarbij de terugbetalingsverplichting voor studiefinanciering per 1 april 2007 gehandhaafd bleef en niet per 1 januari 2007 op nihil werd gesteld. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe gronden aangevoerd die niet reeds in eerste aanleg waren besproken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank de aangevoerde gronden afdoende heeft gemotiveerd en onderschrijft de overwegingen dat appellante op basis van de continuantenregeling geen recht mocht verwachten op een nihilstelling per 1 januari 2007. Tevens wijst de Raad erop dat appellante niet tijdig een aanvraag heeft ingediend voor toepassing van artikel 6.11 van de Wet studiefinanciering 2000.
Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter J. Brand en uitgesproken op 19 juni 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van de IB-Groep en verklaart het hoger beroep ongegrond.