ECLI:NL:CRVB:2009:BI9384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wuffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor telefonistefunctie
Appellante was sinds 9 april 2002 arbeidsongeschikt voor haar functie als assistente huishoudelijke dienst/gastvrouw. Na afloop van de wachttijd werd haar WAO-uitkering geweigerd wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Na een ziekmelding vanuit de WW ontving zij een Ziektewet-uitkering, die het UWV op 12 april 2007 introk omdat zij geschikt werd geacht voor de functie van telefoniste/receptioniste/typiste.
Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat zij vanwege ernstige lichamelijke beperkingen, waaronder post-whiplashklachten, niet in staat was de genoemde functies uit te oefenen. Zij voerde aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met het rapport van een neuroloog en dat het UWV ten onrechte niet had getoetst aan de MAOC-richtlijn.
De Raad oordeelde dat de medische informatie onvoldoende aanleiding gaf om te twijfelen aan het oordeel van de bezwaarverzekeringsartsen dat appellante geschikt is voor haar maatgevende arbeid. De klachten waren stationair en onvoldoende objectief aantoonbaar om arbeidsongeschiktheid te rechtvaardigen. Ook de toetsing aan de MAOC-richtlijn was naar het oordeel van de Raad adequaat uitgevoerd.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 juni 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewet-uitkering bevestigd.