ECLI:NL:CRVB:2009:BI9626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen herziening WAZ-uitkering wegens ongerechtvaardigde ongelijke behandeling
Appellant, een voormalig zelfstandig akkerbouwer/aannemer, ontving sinds 1997 een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, later omgezet naar de WAZ. In 2006 werd zijn uitkering herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid, waarna bezwaar werd gemaakt. Dit bezwaar werd aanvankelijk ongegrond verklaard, maar later ingetrokken en herzien tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze herziening ongegrond, omdat een herbeoordeling op basis van het gewijzigde Schattingsbesluit van 22 februari 2007 niet aan de orde was. Appellant stelde in hoger beroep dat sprake was van ongerechtvaardigde ongelijke behandeling, maar de Raad oordeelde dat ook in situaties met een datum vóór 22 februari 2007 dit onderscheid beoordeeld kan worden.
Desondanks verwierp de Raad het standpunt van appellant dat er ongerechtvaardigde ongelijke behandeling was, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de WAZ-uitkering wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.