ECLI:NL:CRVB:2009:BI9728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting beperkingen en re-integratievisie
Appellante ontvangt sinds 1997 een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Het Uwv heeft in 2006 een re-integratievisie toegezonden en de WAO-uitkering herzien van 80-100% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. Appellante stelde beroep in tegen deze herziening en voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, dat haar beperkingen niet juist waren weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en dat zij de re-integratievisie niet had goedgekeurd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat instemming van appellante met de re-integratievisie niet vereist is en vond de medische beoordeling en arbeidskundige rapportage voldoende onderbouwd. In hoger beroep betoogde appellante dat de bezwaarverzekeringsarts ten onrechte de opvatting van haar behandelend psycholoog terzijde had geschoven en dat zij meer beperkingen had dan in de FML waren opgenomen.
De Raad stelde vast dat het hoger beroep beperkt was tot de herziening van de WAO-uitkering en niet de re-integratievisie betrof. De bezwaarverzekeringsarts had de medische informatie van de psycholoog betrokken en gemotiveerd afgeweken van diens standpunt, waarbij ook gezinsproblematiek was meegewogen. Appellante had geen aanvullende medische informatie ingebracht. De Raad concludeerde dat de beperkingen in de FML juist waren vastgesteld en dat het bestreden besluit op een voldoende medische grondslag berustte.
De Raad wees ook het argument af dat een latere ziekmelding in december 2006 zou aantonen dat de inschatting per juli 2006 onjuist was, aangezien deze ziekmelding een andere ziekteoorzaak betrof. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.