ECLI:NL:CRVB:2009:BI9733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake schadevergoeding wettelijke rente bij nabetaling WW-uitkering
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het beroep tegen een besluit van het UWV ongegrond werd verklaard. Het geschil betreft de toekenning van een schadevergoeding ter hoogte van de wettelijke rente van € 3.416,73 in verband met een nabetaling van een WW-uitkering vanaf 1 mei 2003.
De rechtbank had het standpunt van het UWV onderschreven dat de berekening van de vertragingsrente juist was vastgesteld. In hoger beroep heeft appellant zijn eerdere stellingen herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep stelt zich achter het oordeel van de rechtbank en bevestigt de aangevallen uitspraak.
De Raad overweegt dat geen gronden aanwezig zijn om een proceskostenvergoeding toe te kennen op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter H.G. Rottier en uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.