ECLI:NL:CRVB:2009:BI9737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit ondanks onjuiste wettelijke grondslag
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering voort te zetten met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% per 29 september 2004. De rechtbank vernietigde het besluit omdat het was gebaseerd op een onjuiste wettelijke grondslag, namelijk artikel 38 in Pro plaats van artikel 39a van de WAO. De rechtbank oordeelde echter dat de medische onderbouwing zorgvuldig was en dat het verlies aan verdiencapaciteit terecht was vastgesteld, waardoor de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad oordeelde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid op juiste gronden had vastgesteld en dat de door de bedrijfsarts Van der Zwaag aangevoerde noodzaak voor een urenbeperking onvoldoende aannemelijk was. De Raad erkende de Standaard als een aanvaardbare leidraad voor de beoordeling van arbeidsongeschiktheid.
De Raad wees ook het verzoek van appellante af om een onafhankelijk medisch deskundige te benoemen, omdat de bestaande rapportages en overwegingen voldoende waren. De aangevallen uitspraak werd daarmee bevestigd en het hoger beroep van appellante werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.