ECLI:NL:CRVB:2009:BI9740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toetsingsinkomen op basis van inkomen 2005 in WTOS
Appellant, werkzaam als zelfstandig makelaar, verzocht de IB-Groep om het toetsingsinkomen voor de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) te baseren op zijn inkomen in 2005 in plaats van 2004. Dit verzoek werd door de IB-Groep afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten eveneens ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de inkomensdaling na 2004 niet als een normale inkomensschommeling kan worden beschouwd en dat de hardheidsclausule van artikel 11.4 WTOS toegepast had moeten worden. De Raad overwoog dat bij de beoordeling van normale inkomensschommelingen gekeken moet worden naar de aard van de gebeurtenissen die de schommelingen veroorzaken en de mate waarin deze schommelingen bij de gekozen wijze van inkomensverwerving gebruikelijk zijn.
De Raad stelde vast dat appellant zijn beroep uitoefende op basis van een voorlopige inschrijving in het register van makelaars, die per 1 januari 2004 werd beëindigd. Hierdoor kon appellant een aanzienlijk deel van zijn werkzaamheden in 2005 niet meer verrichten, wat een normaal risico vormt bij deze wijze van inkomensverwerving. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de hardheidsclausule niet van toepassing was, omdat geen onbillijkheid van overwegende aard was vastgesteld. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het verzoek om het toetsingsinkomen te baseren op het inkomen van 2005 wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.