ECLI:NL:CRVB:2009:BI9742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag bijstand wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellant diende op 28 december 2005 een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het College verzocht appellant bij brief van 4 januari 2006 om vóór 18 januari 2006 ontbrekende gegevens te overleggen, waaronder informatie over maandelijkse stortingen op zijn girorekening en bezit van onroerend goed in het buitenland.
Appellant verstrekte deze gegevens niet binnen de gestelde termijn, waarna het College op 20 januari 2006 besloot de aanvraag buiten behandeling te laten op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de hersteltermijn te kort was en dat een redelijke termijnverlenging had moeten worden toegestaan. De Raad oordeelde echter dat appellant redelijkerwijs in staat had moeten zijn de gevraagde gegevens tijdig te overleggen en dat de termijn van twee weken niet onredelijk kort was. Omdat appellant geen verzoek tot verlenging had ingediend, werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door A.B.J. van der Ham en uitgesproken op 9 juni 2009.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand blijft buiten behandeling omdat appellant niet binnen de gestelde hersteltermijn de ontbrekende gegevens heeft verstrekt.