ECLI:NL:CRVB:2009:BI9765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herinneringsbrief inzake heffingskortingen
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een brief van het College van burgemeester en wethouders van Breda van 2 oktober 2007, waarin zij werd herinnerd aan haar verplichting om de definitieve beschikking van de Belastingdienst over ontvangen heffingskortingen over 2006 te overleggen. Deze brief bevatte ten onrechte een bezwaarclausule.
Het College had eerder, bij besluit van 12 februari 2007, de bijstand van appellante herzien en een terugvordering opgelegd, waarbij ook de verplichting tot overlegging van de belastingbeschikking werd opgelegd. Het bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit was deels gegrond verklaard en het terug te vorderen bedrag aangepast.
De rechtbank had het bezwaar tegen de brief van 2 oktober 2007 niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze brief geen zelfstandig besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de brief slechts een herinnering betreft en geen zelfstandig besluit vormt, ondanks de ten onrechte opgenomen bezwaarclausule.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Breda van 9 juli 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bezwaar tegen de herinneringsbrief niet-ontvankelijk is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.