ECLI:NL:CRVB:2009:BI9772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, een voormalig maatschappelijk werkster, ontving een WAO-uitkering na een auto-ongeval in 1997, waarbij haar arbeidsongeschiktheid aanvankelijk op 15-25% werd vastgesteld en later op 80-100% werd gesteld. Zij betwistte de mate van beperkingen en de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek door het UWV.
De bezwaarverzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen van het UWV stelden vast dat appellante beperkingen had die overeenkwamen met een arbeidsongeschiktheid van 15-25%. Dit werd bevestigd door meerdere rapporten en het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep bracht appellante aanvullende medische informatie en een protocol over whiplashklachten in, maar de Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat het protocol niet van toepassing was op het tijdstip van het onderzoek. Wel stelde de Raad vast dat de motivering over de geschiktheid van functies onvoldoende was toegelicht in eerdere instanties.
De Centrale Raad vernietigde daarom het bestreden besluit vanwege onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand conform artikel 8:72 Awb Pro. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.