ECLI:NL:CRVB:2009:BI9781
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens ondeugdelijke medische grondslag
Betrokkene ontving sinds 2001 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door gewrichtsklachten. In 2005 beëindigde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) deze uitkering na een herbeoordeling, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd afgewezen. De rechtbank oordeelde echter dat het besluit op een ondeugdelijke medische grondslag was gebaseerd en vernietigde het besluit, waarna het UWV in hoger beroep ging.
In hoger beroep bracht het UWV nieuwe medische en arbeidskundige rapportages in, maar de Raad volgde de onafhankelijke door de rechtbank ingeschakelde psychiater die een pijnstoornis en aanpassingstoornis met depressieve stemming vaststelde. Deze deskundige stelde dat betrokkene niet in staat was tot fijne motorische handelingen, hetgeen niet door het UWV werd erkend. De Raad vond het onderzoek van de psychiater volledig en zorgvuldig en zag geen reden om daarvan af te wijken.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering ondeugdelijk was. Omdat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, sprak de Raad zich niet uit over eventuele schadevergoeding. Wel werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bestreden besluit op een ondeugdelijke medische grondslag berust en wijst het hoger beroep van het UWV af.