ECLI:NL:CRVB:2009:BI9797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen ondanks beperkingen
Appellante heeft haar werk als schoonmaakster gestaakt vanwege schouderklachten en hoge bloeddruk. Het UWV heeft haar per einde wachttijd geen WIA-uitkering toegekend, omdat zij in staat werd geacht algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten met een loonverlies van minder dan 35%. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit omdat een van de functies, het bezorgen van kranten met een bestelbus, niet passend werd geacht.
Na een nieuw besluit op bezwaar handhaafde het UWV de weigering, waarbij drie functies werden geselecteerd die appellante zou kunnen verrichten. In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen, maar zij bracht geen nieuwe medische gegevens aan. De Raad oordeelde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst voldoende rekening hield met haar beperkingen en dat de arbeidskundige selectie van functies begrijpelijk en overtuigend was.
De Raad concludeerde dat appellante voldoet aan het vereiste opleidingsniveau en in staat is de geselecteerde functies te verrichten. Daarom is de weigering van de WIA-uitkering terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.