ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0153

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-222 WUBO + 08-6582 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO)Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (WUV)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing erkenning internering en uitkering onder WUBO en WUV

Appellant, geboren in 1939 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de WUBO en als vervolgde op grond van de WUV. Verweerster 1 erkende internering in de kampen Lodjiwetan en Koesoemojoedan tijdens de Bersiap-periode, maar verweerster 2 wees de aanvraag voor een periodieke uitkering af omdat niet aan de voorwaarden van de WUV was voldaan.

De kern van het geschil betrof de vraag of het verblijf van appellant in het Boemikamp en kamp Gilingan tijdens de Japanse bezetting als internering kon worden aangemerkt. Verweersters stelden dat deze kampen opvangkampen waren zonder permanente bewaking, bedoeld voor vrouwen en kinderen zonder middelen van bestaan. Dit standpunt werd onderbouwd met historisch onderzoek, informatie van het Rode Kruis en gegevens uit het dossier van een familielid.

De Raad concludeerde dat de kampen geen interneringskampen waren en dat de getuigenverklaringen van appellant dit niet bevestigden. Daarom werden de beroepen ongegrond verklaard. De Raad wees ook een vergoeding van proceskosten af omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren.

Uitkomst: De beroepen van appellant tegen de afwijzing van erkenning en uitkering worden ongegrond verklaard.

Uitspraak

08/222 WUBO + 08/6582 WUV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
in de gedingen tussen:
[Appellant], wonende te [woonplaats] in de Verenigde Staten van Amerika (hierna: appellant),
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster 1) en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna verweerster 2)
Datum uitspraak: 10 juni 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een door verweerster 1 onder dagtekening 31 augustus 2007, kenmerk BZ 7523, JZ/E60/2007, ten aanzien van hem genomen besluit ter uitvoering van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (hierna: WUBO), verder: het eerste bestreden besluit.
Appellant heeft verder beroep ingesteld tegen een door verweerster 2 onder dagtekening 31 augustus 2007, kenmerk BZ 46689, JZ/E60/2007, ten aanzien van hem genomen besluit ter uitvervoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (hierna: WUV), verder: het tweede bestreden besluit.
Verweersters hebben in beide zaken een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting in het beroep tegen het eerste bestreden besluit heeft plaats-gevonden op 6 november 2008, waarna het onderzoek is heropend, omdat niet was onderkend dat appellant tevens beoogd had beroep in te stellen tegen het (thans) tweede bestreden besluit. Beide zaken zijn vervolgens gevoegd behandeld ter zitting van 29 april 2009. Appellant is niet verschenen, zoals tevoren was gemeld, en verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
1. Naar aanleiding van de gedingstukken en het verhandelde op de zittingen gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant, geboren in 1939 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft in juni 2006 een aanvraag ingediend om te worden erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de WUBO, respectievelijk als vervolgde in de zin van de WUV.
1.2. Bij besluit van 19 oktober 2006 heeft verweerster 1 aanvaard dat appellant is getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de WUBO vanwege internering in de kampen Lodjiwetan en Koesoemojoedan in Soerakarta tijdens de zogenoemde Bersiap-periode. Het door appellant tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij het eerste bestreden besluit ongegrond verklaard.
1.2. Bij besluit van 19 oktober 2006 heeft verweerster 2 de aanvraag van appellant voor een periodieke uitkering en voorzieningen op grond van de WUV afgewezen, op de grond dat niet is voldaan aan de in die wet gestelde voorwaarden. Dit besluit is na bezwaar gehandhaafd bij het tweede bestreden besluit.
2. Naar aanleiding van hetgeen partijen in beroep naar voren hebben gebracht, overweegt de Raad als volgt.
2.1. In beide gedingen houdt partijen verdeeld de vraag of verweersters terecht het verblijf van appellant tijdens de Japanse bezetting in het Boemikamp en kamp Gilingan te Solo niet hebben aangemerkt als internering.
2.2. De Raad overweegt hieromtrent dat het standpunt van verweersters dat deze kampen ten tijde van het verblijf van appellant daar opvangkampen waren voor vrouwen en kinderen, voldoende is onderbouwd. Verweersters hebben historisch onderzoek gedaan, informatie ingewonnen bij het Nederlandse Rode Kruis en de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen en verder gebruik gemaakt van de gegevens uit het dossier van een zuster van appellant. Op grond van alle bekende gegevens is duidelijk dat deze kampen, waar geen permanente bewaking was, bedoeld waren voor huisvesting van vrouwen en kinderen zonder middelen van bestaan. De door appellant overgelegde getuigenverklaringen bieden evenmin bevestiging van internering van appellant tijdens de Japanse bezetting.
3. Het vorenstaande brengt mee dat beide beroepen van appellant ongegrond dienen te worden verklaard.
4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en A.A.M. Mollee als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Lammerse als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2009.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) M. Lammerse.
HD