ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0153
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning internering en uitkering onder WUBO en WUV
Appellant, geboren in 1939 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de WUBO en als vervolgde op grond van de WUV. Verweerster 1 erkende internering in de kampen Lodjiwetan en Koesoemojoedan tijdens de Bersiap-periode, maar verweerster 2 wees de aanvraag voor een periodieke uitkering af omdat niet aan de voorwaarden van de WUV was voldaan.
De kern van het geschil betrof de vraag of het verblijf van appellant in het Boemikamp en kamp Gilingan tijdens de Japanse bezetting als internering kon worden aangemerkt. Verweersters stelden dat deze kampen opvangkampen waren zonder permanente bewaking, bedoeld voor vrouwen en kinderen zonder middelen van bestaan. Dit standpunt werd onderbouwd met historisch onderzoek, informatie van het Rode Kruis en gegevens uit het dossier van een familielid.
De Raad concludeerde dat de kampen geen interneringskampen waren en dat de getuigenverklaringen van appellant dit niet bevestigden. Daarom werden de beroepen ongegrond verklaard. De Raad wees ook een vergoeding van proceskosten af omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren.
Uitkomst: De beroepen van appellant tegen de afwijzing van erkenning en uitkering worden ongegrond verklaard.