ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0162
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding huishoudelijke hulp met terugwerkende kracht op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad om geen vergoeding toe te kennen voor huishoudelijke hulp over de periode van 1 november 2005 tot 31 oktober 2007. Hoewel appellant sinds 1 november 2005 een toeslag en voorzieningen, waaronder huishoudelijke hulp, toegekend kreeg, werd de vergoeding met terugwerkende kracht geweigerd.
De Raad overwoog dat verweerster terecht strenge eisen stelde aan het bewijs van feitelijke kosten. Er bestond gerede twijfel of appellant daadwerkelijk kosten had gemaakt voor huishoudelijke hulp in de betwiste periode. Appellant had aangegeven behoefte te hebben aan hulp, maar niet dat hij deze al had ingehuurd. Ook achtte de Raad het onwaarschijnlijk dat de echtgenote geen bijdrage kon leveren, terwijl appellant geld zou moeten lenen voor hulp.
De verklaring van een persoon met een nauwe relatie tot appellant, die stelde dat zij tegen betaling huishoudelijk werk verrichtte, werd onvoldoende overtuigend geacht door het ontbreken van feitelijke ondersteuning. Daarom bleef het besluit tot weigering van vergoeding in stand en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot vergoeding van huishoudelijke hulp met terugwerkende kracht blijft in stand.