ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten voor herziening omzettingsbesluit
Appellant vroeg in 2005 een Wajong-uitkering aan vanwege arbeidsongeschiktheid die volgens hem al in 1970 of eerder was ingetreden. Zijn eerdere AAW-uitkering was in 1998 omgezet in een WAZ-uitkering. Het UWV weigerde de Wajong-uitkering toe te kennen en beschouwde de aanvraag als een verzoek om terug te komen op de omzetting van de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die herziening van het omzettingsbesluit rechtvaardigen.
In hoger beroep herhaalde appellant dat hij ten onrechte was aangemerkt als behorend tot de doelgroep van de WAZ en niet tot die van de Wajong. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die aanleiding gaven tot herziening van het omzettingsbesluit. Tevens oordeelde de Raad dat het beperkte toetsingskader geen ruimte liet om de vraag te heroverwegen of appellant op zijn 17e als jonggehandicapte moest worden aangemerkt.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het beroep van appellant af. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb. De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 juni 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten voor herziening van het omzettingsbesluit.