ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAZ-uitkering en beoordeling zorgvuldigheid en motivering door Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving sinds 1977 een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. In 2005 werd de uitkering ingetrokken omdat betrokkene naar oordeel van het UWV weer geschikt was voor arbeid. Betrokkene voerde bezwaar aan en overhandigde een contra-expertise die niet aan de door het UWV geraadpleegde deskundige was voorgelegd. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onzorgvuldigheid en ondeugdelijke motivering.
In hoger beroep stelde het UWV dat het niet gebruikelijk is contra-expertise aan de eigen deskundige voor te leggen en dat de bevindingen grotendeels overeenstemden. De Raad oordeelde dat een verzekeringsarts wel moet motiveren waarom een afwijkend medisch rapport niet tot herziening leidt. Omdat dit ontbrak, was vernietiging terecht. Tegelijkertijd oordeelde de Raad dat het UWV betrokkene terecht geschikt achtte voor zijn maatmanarbeid, met uitzondering van een beperking voor gedwongen nietsdoen.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het een nieuw besluit beval, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Betrokkene kan zijn werk van acht uur per week verrichten, en het UWV mag betrokkene te allen tijde oproepen voor herbeoordeling.
Uitkomst: De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover een nieuw besluit wordt bevolen, maar laat de rechtsgevolgen van de intrekking van de WAZ-uitkering in stand.