ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens niet-medisch objectiveerbare klachten
Appellant, werkzaam als natuursteenhouwer, meldde zich op 15 mei 2006 ziek vanwege klachten aan nek, schouders en rug, waarna het UWV een deskundigenoordeel gaf dat hij geschikt was voor zijn eigen werk. Later werd appellant ziek gemeld wegens psychische klachten en kreeg een Ziektewetuitkering. Na onderzoek door een verzekeringsarts op 31 juli 2007 besloot het UWV het recht op ziekengeld te beëindigen per 1 augustus 2007, omdat appellant niet langer ongeschikt werd geacht voor arbeid.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat het onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de klachten van appellant niet medisch objectiveerbaar waren. Ook werd meegewogen dat appellant fysiek zware arbeid verrichtte.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar kon deze niet met nieuwe medische informatie onderbouwen. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te kennen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht het recht op ziekengeld had beëindigd omdat geen medisch objectiveerbare beperkingen waren vastgesteld die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld van appellant is per 1 augustus 2007 beëindigd wegens het ontbreken van medisch objectiveerbare beperkingen.