ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verlaging bijstandsuitkering wegens tekortschieten in re-integratietraject
Appellant ontvangt sinds 1983 bijstand en is in november 2003 aangemeld voor een re-integratietraject bij SagEnn, dat voortijdig werd beëindigd in mei 2005. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een verlaging van zijn bijstandsuitkering op wegens een negatieve houding die het re-integratietraject verstoorde en onvoldoende sollicitatie-inspanningen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de uitspraak van de rechtbank ten onrechte niet in het openbaar was gedaan, wat de Raad bevestigde en daarom de uitspraak vernietigde. De Raad besloot de zaak zelf af te doen.
De Raad oordeelde dat de rapportages van SagEnn een consistent beeld schetsten van een niet-coöperatieve houding van appellant, die opdrachten onvoldoende uitvoerde en zich misprijzend uitliet over het traject. Ook het onvoldoende solliciteren werd als ernstig tekortschieten beoordeeld. De opgelegde maatregel van een eenmalige verlaging van € 200,-- was passend en niet onredelijk.
Verder stelde appellant dat de redelijke termijn van de procedure was overschreden, maar de Raad oordeelde dat de termijn van circa vier jaar niet was overschreden en wees een verzoek om schadevergoeding af. De Raad verklaarde het beroep ongegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstand met € 200,-- gehandhaafd.