ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na onrechtmatige intrekking bijstandsuitkering
Appellante ontving een bijstandsuitkering die per 1 augustus 2004 onrechtmatig werd ingetrokken door het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Na herstel van het besluit en verrekening van voorschotten vroeg zij schadevergoeding voor incassokosten die zij had gemaakt door betalingsachterstanden.
De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De Raad stelt vast dat appellante in beginsel recht heeft op schadevergoeding vanwege de intrekking, maar dat deze schadevergoeding beperkt is tot de wettelijke rente over de vertraagde betaling van de uitkering.
De Raad volgt vaste jurisprudentie dat de vergoeding van schade door onrechtmatige overheidsbesluiten zoveel mogelijk aansluit bij het civielrechtelijk schadevergoedingsrecht. Incassokosten die voortvloeien uit de vertraagde betaling van een geldsom kunnen niet zelfstandig worden vergoed.
Verder oordeelt de Raad dat er geen sprake is van schending van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, omdat de procedure van bezwaar tot uitspraak binnen een redelijke termijn is afgerond.
De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige intrekking bijstandsuitkering wordt afgewezen; alleen wettelijke rente is verschuldigd.