ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van der Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Betrokkene maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om een WAO-uitkering toe te kennen met een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens een onjuiste medische grondslag, omdat uit het rapport van de door de rechtbank ingeschakelde psychiater bleek dat betrokkene meer beperkingen heeft dan door het UWV was aangenomen.
Het UWV stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het oordeel van de deskundige had gevolgd, met name omdat de narcistische persoonlijkheidsstructuur van betrokkene geen ziekte of gebrek vormt en de deskundige zich te veel had laten leiden door de huidige arbeidssituatie van betrokkene. De Raad overwoog dat het vaste rechtspraak is om het oordeel van een onafhankelijke deskundige in beginsel te volgen en dat de rechtbank terecht dit uitgangspunt had toegepast.
Verder concludeerde de Raad dat een afwijkende persoonlijkheidsstructuur in het algemeen niet als ziekte kan worden aangemerkt, maar in dit geval een nauwe samenhang bestaat tussen de narcistische persoonlijkheidsstructuur en de gediagnosticeerde angst- en depressieve stoornissen, wat leidt tot beperkingen die voor de WAO relevant zijn. De Raad zag geen reden om af te wijken van het oordeel van de deskundige en bevestigde daarmee de vernietiging van het besluit.
De Raad wees tevens de proceskosten toe aan betrokkene en bepaalde de hoogte van de vergoeding voor de medische deskundige. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 juni 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot toekenning van de WAO-uitkering en veroordeelt het UWV in de proceskosten.