ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag bevestigd
Appellante, voormalig medewerkster in een koffieshop, vroeg een WIA-uitkering aan wegens diverse lichamelijke en psychische klachten. Na onderzoek door verzekeringsarts Cornelius werd vastgesteld dat er geen ernstige persoonlijkheidsstoornis was die beperkingen rechtvaardigde. Het UWV wees de uitkering af en dit besluit werd in bezwaar en eerste aanleg bevestigd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, met name over de medische grondslag en het ontbreken van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) in het dossier. De Raad stelde vast dat de psychosociale voorgeschiedenis onvoldoende was om beperkingen af te leiden en dat de FML geen verborgen beperkingen bevatte.
Hoewel het UWV niet met zekerheid kon bevestigen dat alle toelichtingen in de FML op de Kritische FML (KFML) verschenen, zag de Raad geen aanleiding het besluit te wijzigen. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten omdat appellante in twee instanties moest procederen om de volledigheid van de FML te kunnen controleren.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten van € 1.288,-.