ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WAZ-uitkering wegens ontoereikende medische grondslag
Betrokkene, een zelfstandig melkveehouder, kreeg vanaf oktober 2002 een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 65-80%. In januari 2006 trok het UWV deze uitkering in, omdat betrokkene minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn. Betrokkene maakte bezwaar en de rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij het oordeel van een door de rechtbank benoemde deskundige volgde.
Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte het oordeel van de deskundige Stevens had gevolgd. De Centrale Raad van Beroep onderzocht ambtshalve of de uitspraak van de rechtbank rechtsgeldig tot stand was gekomen en constateerde dat de rechtbank partijen niet opnieuw om toestemming had gevraagd voor het achterwege laten van nader onderzoek, terwijl nieuwe stukken waren ingediend. Dit leidde tot vernietiging van de uitspraak.
Inhoudelijk oordeelde de Raad dat het medisch oordeel van de deskundige Stevens, die een urenbeperking van 30 uur per week adviseerde en stelde dat het UWV de belastbaarheid had overschat, gevolgd moest worden. Er waren geen feiten of omstandigheden die tot afwijking van dit oordeel leidden. Het bestreden besluit kon daarom niet standhouden. De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd wegens een ontoereikende medische grondslag en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.