ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake toekenning WGA-uitkering en beoordeling beroepsprocedure
Appellant heeft een WGA-uitkering aangevraagd na ziekmelding wegens oogklachten en ontving deze per besluit van het UWV. Tegen het besluit werd bezwaar gemaakt dat ongegrond werd verklaard, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende motivering in de bezwaarprocedure, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat in de beroepsfase een voldoende onderbouwing was gegeven.
Appellant voerde in hoger beroep diverse gronden aan, waaronder de te lange duur van de bezwaar- en beroepsprocedures, vermeende partijdigheid van de rechtbank, het niet volledig behandelen van alle gronden, en ongelijke behandeling door de invoering van de Wet WIA tijdens zijn ziekteperiode. De Raad stelde vast dat de beroepsprocedure van ruim een jaar en vijf maanden niet onredelijk lang was en dat de rechtbank tijdig uitspraak had gedaan.
De Raad verwierp het verwijt van partijdigheid en oordeelde dat de rechtbank alle relevante standpunten voldoende had behandeld. Ook de stelling dat de voormalige werkgever reïntegratieverplichtingen zou hebben verzaakt, werd door de Raad onderschreven als ongegrond. De klacht over ongelijke behandeling faalde omdat de besluitvorming op basis van de Wet WIA rechtens juist was.
Tot slot wees de Raad een vordering tot schadevergoeding af wegens het ontbreken van onrechtmatige besluitvorming. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de aangevallen uitspraak voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand waren gelaten en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep van appellant af.