ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onvolledige gegevens niet toegestaan
Appellanten ontvingen bijstand naar de norm voor gehuwden, welke door het College werd ingetrokken en teruggevorderd over een periode van 2002 tot 2005. Na bezwaar en beroep werd dit door de rechtbank en het College gehandhaafd. Appellanten dienden op 3 januari 2007 een nieuwe aanvraag in, waarop het College aanvullende gegevens opvroeg.
Ondanks herhaalde verzoeken konden appellanten niet alle gevraagde bewijsstukken leveren, onder meer omdat zij geen boekhouding bijhielden en sommige documenten niet beschikbaar waren. Het College stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro wegens onvoldoende gegevens. Appellanten gingen in hoger beroep tegen deze beslissing.
De Raad overwoog dat het College niet aannemelijk had gemaakt dat appellanten redelijkerwijs over de gevraagde gegevens konden beschikken binnen de gestelde termijn. Daarom was het College niet bevoegd de aanvraag buiten behandeling te stellen. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het College een nieuw besluit op bezwaar moet nemen waarin inhoudelijk op de aanvraag wordt beslist.
Tot slot veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellanten en bepaalde dat het griffierecht wordt vergoed. Deze uitspraak bevestigt het belang van redelijke termijnen en het niet onterecht buiten behandeling stellen van aanvragen bij onvolledige gegevens die niet redelijkerwijs te verkrijgen zijn.
Uitkomst: Het College mocht de aanvraag om bijstand niet buiten behandeling stellen en moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.