ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Vernietiging correctienota’s en herziening premieheffing sociale verzekeringen wegens privaatrechtelijke dienstbetrekking prostituees
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen inzake correctienota’s van het UWV over de jaren 2003 en 2004. Het UWV had deze nota’s opgelegd omdat appellant geen sociale verzekeringspremies betaalde voor 45 prostituees die volgens onderzoek van de SIOD en het UWV in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam waren.
De Raad stelt vast dat er sprake was van een geordende geïntegreerde organisatie tussen appellant en de prostituees, waardoor een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond en premieheffing gerechtvaardigd is. Appellant betoogde dat geen premie verschuldigd was omdat de prostituees illegaal verbleven en daardoor niet verzekerd waren. De Raad oordeelt dat het op de werkgever rust om de verblijfsstatus te bewijzen en dat het ontbreken van identiteitsbewijzen in de administratie onvoldoende bewijs is.
Desalniettemin vernietigt de Raad de correctienota’s voor zover het de hoogte betreft, omdat het UWV deze in hoger beroep al tweemaal neerwaarts had bijgesteld. Het UWV wordt veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit en tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De correctienota’s worden vernietigd voor zover de hoogte betreft en het UWV wordt veroordeeld tot een nieuw besluit en proceskostenvergoeding.