ECLI:NL:CRVB:2010:BN2512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.F. Bandringa
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctienota’s premievaststelling uitzendbureau 2003-2005
Appellant exploiteerde een uitzendbureau van 2003 tot en met 2005 en kreeg correctienota’s opgelegd door het UWV op basis van een boekenonderzoek van de Belastingdienst. De Belastingdienst stelde vast dat betalingen aan uitzendkrachten niet in de loonadministratie waren verantwoord, wat leidde tot naheffingsaanslagen.
Het UWV bevestigde deze bevindingen en legde correctienota’s en boetenota’s op, waarvan de boetenota’s later werden herroepen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat 60% van de buiten de loonadministratie betaalde werknemers illegaal was en daardoor niet premieplichtig.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor deze stelling, ondanks overlegging van personeelslijsten en verwijzing naar een transactievoorstel en een vonnis. Het standpunt van appellant dat het UWV zelf onderzoek moest doen naar de verblijfsstatus werd verworpen. Ook de stelling dat reeds premies waren afgedragen door de inlener werd niet gevolgd, omdat het geschil alleen ging over de premievaststelling ten laste van appellant.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees de bezwaren van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de correctienota’s en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende bewijs van appellant.