ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant ontving een WAO-uitkering die later werd geschorst en teruggevorderd wegens inkomsten uit arbeid. Het Uwv stelde een terugvordering vast over de periode van juni 2003 tot oktober 2004 en berekende een aflossingscapaciteit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en vernietigde de terugvordering over een deel van 2004.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de terugvordering onterecht was en dat de berekening van de aflossingscapaciteit onjuist was, onder meer vanwege de norm voor de beslagvrije voet en onvoldoende rekening met uitgaven. Het Uwv wijzigde de terugvordering deels na een arbeidsdeskundig rapport.
De Raad oordeelde dat de terugvordering terecht was, dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, en dat de aflossingscapaciteit correct was vastgesteld op basis van 90% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder. Betalingen zoals rente en aflossing van een doorlopend krediet zijn geen reden voor aanpassing. Het beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt de terugvordering van de WAO-uitkering en verklaart het beroep van appellant ongegrond.