ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing terugwerkende functietoewijzing en rangsering militair
Appellant was sergeant der 1e klasse en vervulde sinds 1 oktober 2005 feitelijk een functie die formeel was komen te vervallen door een reorganisatie bij de geneeskundige dienst. Hij verrichtte werkzaamheden behorende bij de functie van GWVR/AMV, waaraan de rang van sergeant-majoor verbonden is. Appellant verzocht op 6 februari 2006 om een plaatsingsbeschikking voor deze functie met terugwerkende kracht per 1 oktober 2005.
De Raad overweegt dat functietoewijzing een discretionaire bevoegdheid is en dat appellant niet voldeed aan de ervaringsvereisten voor bevordering tot sergeant-majoor. De functie werd daarom geblokkeerd en met neerwaartse rang bijgesteld naar Algemeen Militair Verpleegkundige junior met rang sergeant, formeel toegewezen per 19 april 2006. Appellant berustte kennelijk tot zijn verzoek in de situatie vanaf 1 oktober 2005.
De Raad oordeelt dat het toegepaste beleid niet onredelijk is en dat appellant geen gerechtvaardigde verwachting had op terugwerkende bevordering. Ook het beroep op artikel 27, vierde lid, AMAR om de rang van sergeant-majoor toe te kennen wordt afgewezen omdat de toegewezen functie de rang van sergeant kent. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de functietoewijzing per 19 april 2006 met rang sergeant bevestigd.