ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K.J. Kraan
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Afwijzing plaatsing appellant in geambieerde functie bij reorganisatie defensie
Appellant, werkzaam bij de Koninklijke Landmacht, maakte tijdens een reorganisatie bij Defensie belangstelling kenbaar voor een hogere functie met rang luitenant. De commandant besloot echter de functie toe te wijzen aan een collega die reeds geschikt was en de functie horizontaal kon innemen, conform het defensiebrede beleid van horizontale mobiliteit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de eerdere bevordering van de collega buiten de grenzen van het bestreden besluit viel en het beleid van horizontale mobiliteit niet onredelijk was. Appellant stelde in hoger beroep dat hem een reële kans op toewijzing was onthouden en vroeg om schadevergoeding.
De Raad oordeelde dat de commandant een discretionaire bevoegdheid heeft bij functietoewijzing en dat de toetsing terughoudend is. Het defensiebrede beleid om horizontale mobiliteit toe te passen is redelijk en niet in strijd met wettelijke criteria. De commandant heeft in redelijkheid gehandeld door de functie toe te wijzen aan de reeds geschikte collega. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt niet toegewezen.