ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- J.L.P.G. van Thiel
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens verstoorde arbeidsrelaties bij Kanselarij der Nederlandse Orden
Appellant was sinds 1998 werkzaam bij de Kanselarij der Nederlandse Orden en had vanaf 2002 te maken met toenemende problemen in de samenwerking met collega's en leidinggevenden. Na een incident in 2003 en een klacht wegens seksuele intimidatie werd mediation voorgesteld, maar appellant weigerde hieraan mee te werken. Ondanks pogingen van de kanselier om de situatie te verbeteren, bleef de werksfeer verstoord.
De kanselier besloot appellant te ontslaan op grond van een verstoorde arbeidsrelatie, met een uitkering gelijk aan de reguliere WW-uitkeringen en een loopbaanoriënteringstraject. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond en vernietigde slechts het besluit tot vrijstelling van werkzaamheden.
In hoger beroep stelde appellant dat de kanselier onvoldoende had ingegrepen en dat hij recht had op een hogere uitkering. De Raad oordeelde dat de kanselier niet overwegend schuldig was aan de situatie en dat de regeling redelijk was. Appellant had zich onvoldoende constructief opgesteld, onder meer door mediation af te wijzen en negatief te reageren op een heisessie.
De Raad bevestigde daarom het ontslagbesluit en de daarbij behorende uitkeringsregeling, en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak onderstreept het belang van medewerking van de werknemer bij het oplossen van arbeidsconflicten en bevestigt de redelijkheid van het ontslag bij verstoorde arbeidsrelaties.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens verstoorde arbeidsrelaties wordt bevestigd met een reguliere uitkeringsregeling.