ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Heropening onderzoek en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bij weigering WAO-uitkering
Appellant, die in 1990 een bedrijfsongeval had en arbeidsongeschiktheid claimde, werd door het UWV geweigerd voor een WAO-uitkering. Diverse medische onderzoeken en procedures volgden, waarbij appellant niet naar Nederland kon reizen voor onderzoek. De rechtbank vernietigde eerdere besluiten wegens motiveringsgebrek en overschrijding van de redelijke termijn, en kende een schadevergoeding toe.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij per 22 februari 1991 arbeidsongeschikt was en dat ook aanspraken op grond van artikel 43a WAO beoordeeld moesten worden. De Raad oordeelde dat alleen aanspraken op 22 februari 1991 aan de orde waren en dat het UWV een aanvraag voor latere data mag verlangen. De Raad bevestigde de juiste vaststelling van de belastbaarheid en vernietigde het oordeel van de rechtbank over de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad stelde vast dat de totale procedure meer dan vier jaar duurde, wat niet gerechtvaardigd was, en dat de overschrijding zowel in de bestuurlijke als rechterlijke fase heeft plaatsgevonden. Daarom werd het onderzoek heropend en de Staat der Nederlanden als partij toegevoegd. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad vernietigt het oordeel over immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn, heropent het onderzoek en veroordeelt het UWV in proceskosten.