ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2475

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-22 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks bezwaar tegen functiebeschrijvingen

Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering per 17 oktober 2006, omdat zij meende dat de gehanteerde functies bij de beoordeling niet correct waren en dat haar beperkingen medisch waren onderschat. De rechtbank Amsterdam wees het beroep af en de zaak kwam in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

De Raad verwierp het standpunt van appellante dat functies die bij een latere WAO-beoordeling waren vervallen, niet meer gebruikt mochten worden in deze procedure. De Raad oordeelde dat deze latere beoordeling op een andere datum en onder andere regelgeving was uitgevoerd. Ook vond de Raad dat de functie van productiemedewerker industrie passend was, ondanks het aspect zitten, omdat er mogelijkheden tot vertreden waren en de belasting binnen de normen viel.

Medisch gezien vond de Raad de onderbouwing van appellante onvoldoende om de eerdere beoordeling te wijzigen of een nader onderzoek te gelasten. De Functionele Mogelijkhedenlijst werd als representatief beschouwd. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd bleef.

Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd.

Uitspraak

08/22 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 november 2007, 07/458 (hierna: de aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).
Datum uitspraak: 10 juli 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft I.T. Martens, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 mei 2009. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. G. van Leeuwen, kantoorgenoot van voornoemde gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door F.M.J. Eijmael.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 16 augustus 2006 heeft het Uwv de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk sinds 1999 werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, met ingang van 17 oktober 2006 ingetrokken, onder de overweging dat de mate van haar arbeidsongeschiktheid met ingang van laatstgenoemde datum minder dan 15% was.
2. De rechtbank Amsterdam heeft ongegrond verklaard het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 12 januari 2007, waarbij het primaire besluit is gehandhaafd.
3.1. In hoger beroep heeft appellantes gemachtigde zowel medische als arbeidskundige grieven aangevoerd, waarbij is verwezen naar hetgeen reeds in de bezwaar en beroepsfase door hem is aangevoerd.
3.2. Wat betreft de medische kant is aangevoerd dat appellantes beperkingen door de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts zijn onderschat. Zij acht zich in haar standpunt ondersteund door haar behandelaars. Ten onrechte is hier geen waarde aan gehecht. De Functionele Mogelijkhedenlijst is niet representatief voor haar daadwerkelijke klachten en beperkingen.
Nu dit standpunt niet verder is onderbouwd met nadere gegevens, biedt het de Raad onvoldoende aanknopingspunten om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank heeft geveld, of tot het instellen van een nader medisch onderzoek.
3.3.1. Wat betreft de arbeidskundige kant heeft appellante betoogd dat verschillende van de geselecteerde functies niet aan de schatting ten grondslag kunnen worden gelegd.
3.3.2. Het betoog van appellante ter zitting, dat erop neerkomt dat functies die bij de latere WAO-beoordeling per 22 februari 2007 zijn komen te vervallen ook in de onderhavige procedure niet (meer) zouden mogen worden gehanteerd, wordt door de Raad verworpen, omdat die beoordeling ziet op een andere datum en -naar ook ter zitting is besproken- die beoordeling is uitgevoerd onder toepassing van het oude Schattingsbesluit, zodat daarvoor gedeeltelijk andere eisen golden.
3.3.3. De Raad volgt appellante ook niet in haar opvatting dat de functie van productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) niet geschikt is in verband met een te zware belasting op het aspect zitten. Het Uwv acht appellante wat betreft dit aspect normaal (= 2 uur aaneengesloten) belastbaar, mits zij de mogelijkheid heeft tot vertreden. Uit de formulieren Resultaat Functiebeoordeling komt naar voren dat in de genoemde functie zitten tot maximaal een uur aaneengesloten voorkomt, terwijl er naar keuze staand of zittend kan worden gewerkt.
3.3.4. Nu de Raad van oordeel is dat de schatting kan worden gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde functies onder de SBC-code 111180, 272043 en 111220 laat hij de grieven van appellante ten aanzien van de als reservefuncties geselecteerde SBC-code 111171, 111333 en 111334 buiten bespreking
4.1. Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
4.2. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.E. van Rooij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2009.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) A.E. van Rooij.
JL