ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling WAO-uitkering ondanks fibromyalgie en migraine
Appellante, sinds 1995 gedeeltelijk arbeidsongeschikt vanwege schildklierproblemen, ontving sinds 1996 een WAO-uitkering die in 2001 werd herzien naar 80-100% arbeidsongeschiktheid. Door een wijziging in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten werd haar situatie per 22 februari 2007 opnieuw beoordeeld. Het Uwv stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat haar arbeidsongeschiktheid toen tussen 15 en 25% lag en kende haar een WAO-uitkering toe.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat haar fibromyalgie en migraine onvoldoende werden meegewogen en dat de geselecteerde functies niet passend waren. Na medisch onderzoek en arbeidskundig dossieronderzoek handhaafde het Uwv het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de verzekeringsartsen voldoende informatie hadden om de belastbaarheid verantwoord in te schatten en dat de medische situatie sinds 17 oktober 2006 niet was veranderd. De Raad achtte de functionele beperkingen adequaat meegenomen en vond dat van een werkgever redelijkerwijs verwacht mag worden appellante fulltime te werk te stellen. Ook was de motivering omtrent de passendheid van de geselecteerde functies voldoende.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak bevestigd moet worden en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herbeoordeling van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.