ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van correctie AOW-toeslag op grond van partnerinkomen uit Overbruggingsuitkering
Appellant maakte bezwaar tegen de wijziging van de hoogte van zijn AOW-toeslag, omdat het inkomen van zijn partner, een Overbruggingsuitkering, volledig in mindering werd gebracht. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat dit terecht was op grond van dwingendrechtelijke bepalingen. Appellant stelde zich gemotiveerd tegen deze uitspraak, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank.
De Raad overwoog dat het van belang is of het inkomen van de partner uit arbeid of in verband met arbeid is verkregen. Eerder is geoordeeld dat een Overbruggingsuitkering als inkomen in verband met arbeid moet worden aangemerkt. De Raad zag geen reden om hiervan af te wijken.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit van de Sociale verzekeringsbank terecht in stand bleef en dat geen gronden aanwezig waren om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd bevestigd en appellant werd in het ongelijk gesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het inkomen van de partner terecht in mindering is gebracht op de AOW-toeslag.